Consensus Definitions
(Dutch Translation)


Onderschrift

Illustratie van het definitieve conceptuele model van bewegingsterminologie gedurende een periode van 24-uur. De figuur geeft de activiteiten weer die gedurende de dag voorkomen in twee componenten. De binnenste ring beschrijft de belangrijkste gedragscategorieën op basis van energieverbruik. De buitenste ring beschrijft algemene categorieën op basis van houding. Beweeg de cursor over de termen in de figuur om de definities te bekijken. Gedetailleerde definities, toevoegingen en voorbeelden gerelateerd aan sedentair gedrag zijn onder de figuur weergegeven. De volumeverdeling van activiteiten in deze figuur komt niet overeen met de volgens de norm voorgeschreven tijdsduur die dagelijks aan deze activiteiten besteed zou moeten worden.

 
 

Consensus Definitions

Final definitions, caveats and examples of key terms from the Sedentary Behavior Research Network (SBRN) Terminology Consensus Project.

11 translations available: Chinese (traditional), Dutch, English, French, German, Greek, Japanese, Korean, Portuguese (Portugal), Portuguese (Brazil), and Spanish.

Vastgestelde definities, toepassingen en voorbeelden van de kernbegrippen van het Sedentary Behavior Research Network (SBRN) terminologie consensus project.

Translators: TM Altenburg (VU University Medical Center, Amsterdam Public Health Research Institute), R Wondergem (Fontys University of Applied Science), MJM Chinapaw (VU University Medical Center, Amsterdam Public Health Research Institute)

Term 1. Lichamelijke inactiviteit
Algemene Definitie Onvoldoende Lichamelijke activiteit voor het behalen van de aanbevolen hoeveelheid lichamelijke activiteit.
Toevoegingen De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en groepen met of zonder een beperking.
Voorbeelden
  • Peuters en kleuters (1-4 jaar): Niet behalen van 180 minuten lichamelijke activiteit per dag ongeacht intensiteit.
  • Kinderen en jongeren (5-17 jaar): Niet behalen van 60 minuten matig tot intensieve lichamelijke activiteit per dag.
  • Volwassenen (≥ 18 jaar): Niet behalen van 150 minuten matig tot intensieve lichamelijke activiteit per week of 75 minuten intensieve lichamelijke activiteit per week of een vergelijkbare combinatie van matige en intensieve lichamelijke activiteit.
Term 2. Stationair gedrag
 Algemene definitie Stationair gedrag verwijst naar gedrag dat in wakkere toestand liggend, onderuitgezakt zitten, zittend, of staand uitgevoerd wordt, zonder verplaatsing, ongeacht het energieverbruik.
Toevoegingen
  • Stationaire tijd: De tijd die stationair wordt doorgebracht ongeacht duur (bijv. per dag/ week), context (bijv. op school/werk), en intensiteit (bijv. staand in een rij, werkend aan de lopende band zonder verplaatsing, werken aan een sta-bureau, zittend in de klas).
  • Stationaire periode: Een periode van ononderbroken stationaire tijd.
  • Stationaire onderbrekingen: Een niet-stationaire periode tussen twee stationaire periodes in (geldt voor alle leeftijden en groepen met of zonder beperking uitgezonderd jonge kinderen).  
  • Algemene definitie geldt voor alle leeftijdsgroepen en groepen met of zonder beperking uitgezonderd zuigelingen (<1 jaar tot nog niet kunnen lopen) en mensen met een mobiliteitsbeperking die niet in staat zijn om te staan.
Examples Voorbeelden
  • Gebruik van elektronische apparaten (bijv. televisie, computer, tablet, telefoon) tijdens zitten, onderuitgezakt zitten of liggen;
  • Lezen/schrijven/tekenen/verven/zittend praten; zitten op school/werk, zitten in een bus, auto of trein.
  • Staand in een rij; in de kerk staan; staan tijdens een gesprek in de wandelgangen; staand een tekstbericht schrijven; gebruik van een sta-bureau.
  • Door iemand gedragen/vastgehouden/geknuffeld worden.
Term 3. Sedentair gedrag
Algemene definitie Sedentair gedrag is gedrag gekenmerkt door een energieverbruik van ≤1.5 metabool equivalent (METs), in zittende, onderuitgezakte zittende of liggende positie in wakkere toestand.
 Toevoegingen
  • Sedentaire tijd: De tijd besteed aan sedentair gedrag ongeacht duur (bijv minuten per dag) en context (bijv school of werk).
  • Sedentaire periode: Een ononderbroken periode van sedentaire tijd. 
  • Sedentaire onderbreking: Een niet-sedentaire periode tussen twee sedentaire periodes in.
  • Zuigelingen (<1 jaar of nog niet kunnen lopen): Gedrag in wakkere toestand gekenmerkt door een laag energieverbruik ingeperkt (bijv. kinderwagen, kinderstoel, autostoel), of vrij (bijv. onderuitgezakt zittend/hangend in een stoel maar niet vastgezet). Op de buik liggen wordt niet gezien als sedentair gedrag.
  • Peuters en kleuters (1-4 jaar), kinderen en jongeren (5-17 jaar), volwassenen (≥ 18 jaar) en alle groepen met of zonder beperking: Hetzelfde als de algemene definitie.
Voorbeelden
  • Zuigelingen (<1 jaar tot nog niet kunnen lopen): Wakker liggend in bed met minimale beweging; zittend in een babystoel/kinderstoel/kinderwagen/ autostoel met minimale beweging; gedragen/vastgehouden/geknuffeld worden door iemand.
  • Peuters en kleuters (1-4 jaar): Gebruik van elektronische apparaten (bijv. televisie, computer, tablet, telefoon) zittend, onderuitgezakt zittend of liggend; zittend lezen/tekenen/schilderen; zittend in een kinderwagen; zittend in een babystoel of op een bank tijdens het eten van een maaltijd; zittend in een bus, auto of trein.
  • Kinderen en jongeren (5-17 jaar): Gebruik van elektronische apparaten (bijv. televisie, computer, tablet, telefoon) zittend, onderuitgezakt zittend of liggend; zittend lezen/tekenen/schilderen; zittend huiswerk maken; zittend op school; zittend in een bus, auto of trein.
  • Volwassenen (≥ 18 jaar): Gebruik van elektronische apparaten (bijv. televisie, computer, tablet, telefoon) zittend, onderuitgezakt zittend of liggend; zittend lezen/schrijven/praten; zittend in een bus, auto of trein.
  • Mensen die een (elektrische) rolstoel gebruiken: Gebruik van elektronische apparaten (bijv. televisie, computer, tablet, telefoon) zittend, onderuitgezakt zittend of liggend; zittend lezen/schrijven/tekenen/schilderen/praten; zittend in een bus, auto of trein; verplaatsing van a naar b in een elektrische rolstoel; passief zittend geduwd worden in een rolstoel.
Term 4. Staan
Algemene definitie Een positie waarbij iemand in een rechte houding blijft ondersteund door iemands voeten.
Toevoegingen
  • Actief staan: Actief staan verwijst naar een activiteit in wakkere toestand in staande houding gekenmerkt door een energieverbruik > 2.0 METs, zonder verplaatsing, al dan niet ondersteund.
  • Passief staan: Passief staan verwijst naar een activiteit in wakkere toestand in staande houding gekenmerkt door een energieverbruik ≤ 2.0 METs, zonder verplaatsing, al dan niet ondersteund.
  • Sta-tijd: Staand doorgebrachte tijd ongeacht duur (bijv. minuten per dag) of context (bijv. op school/werk).
  • Staande periode: Een periode van ononderbroken staan.
  • Sta-onderbreking: Een niet-staande periode tussen twee staande periodes in.
  • Zuigelingen (<1 jaar of nog niet kunnen lopen), peuters en kleuters (1-4 jaar), kinderen en jongeren (5-17 jaar), volwassenen (≥ 18 jaar) en mensen die een handbewogen of elektrische rolstoel gebruiken: Hetzelfde als de algemene definitie.
  • Mensen die niet kunnen staan: Niet van toepassing.
Voorbeelden
  • Actief staan: Staand op een ladder; staand schilderen; staand afwassen; staand werken aan een lopende band; staand jongleren; staand gewichtheffen.
  • Passief staan: staan in een rij; staan tijdens een wandelgangen gesprek; staand elektronische apparaten gebruiken (bijv. televisie, computer, tablet, telefoon); staan in de kerk.
  • Staan met ondersteuning: Staan terwijl je een bank, stoel of de hand van een ouder vasthoudt; staan met behulp van krukken, een wandelstok, ondersteunend frame of gewichtsondersteuning.
Term 5. Beeldscherm tijd
Algemene definitie Beeldschermtijd verwijst naar de tijd die besteed wordt aan beeldschermgedrag. Deze gedragingen kunnen sedentair of lichamelijk actief uitgevoerd worden.
Toevoegingen
  • Recreatieve beeldschermtijd: Tijd die besteed wordt aan beeldschermgedrag dat niet gerelateerd is aan school of werk.
  • Stationaire beeldschermtijd: Tijd die stationair besteed wordt aan beeldschermgebruik (bijv smartphone, tablet, computer, televisie) ongeacht context (bijv school, werk, recreatief).
  • Sedentaire beeldschermtijd: Tijd die sedentair besteed wordt aan beeldschermgebruik (bijv smartphone, tablet, computer, televisie) ongeacht context (bij school, werk, recreatief).
  • Actieve beeldscherm tijd: Tijd die niet stationair besteed wordt aan beeldschermgebruik (bijv smartphone, tablet, computer, televisie) ongeacht context (bij school, werk, recreatief).
  • De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en alle groepen met of zonder een beperking.
Voorbeelden
  • Alle leeftijden en alle groepen met of zonder beperking: TV kijken, gebruik van smartphone/tablet, gebruik van computer.
  • Actieve beeldscherm tijd: Actief spelen van videospellen, rennen op een loopband tijdens het televisie kijken.
Term 6. Niet beeldschermgerelateerde sedentaire tijd
Algemene definitie Niet-beeldscherm gerelateerde sedentaire tijd verwijst naar de tijd die sedentair besteed wordt zonder het gebruik van beeldschermen.
Toevoegingen
  • Recreatieve non-beeldscherm tijd: Tijd besteed aan sedentair gedrag zonder beeldscherm die niet gerelateerd is aan school of werk.
  • De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en alle groepen met of zonder een beperking.
Voorbeelden
  • Zuigelingen (<1 jaar of nog niet kunnen lopen): Rustig op een mat liggend; zittend in een kinderwagen of een autostoeltje met weinig beweging. 
  • Peuters en kleuters (1-4 jaar): Zittend in een kinderstoel, autostoel, passief zittend in de zandbak of op de vloer; zittend lezen van een boek of een bordspel spelen.
  • Kinderen en jongeren (5-17 jaar): Zittend op school; zittend huiswerk doen of knutselen; een boek lezen; een bordspel spelen; zittend in een auto.
  • Volwassenen (≥ 18 jaar): Een boek lezen; een bordspel spelen; zittend in een auto.
  • Mensen die een (elektrische) rolstoel gebruiken: Een boek lezen; een bordspel spelen; zittend in een auto; passief zittend geduwd worden in een rolstoel.
Term 7. Zitten
Algemene definitie Een positie waarbij iemands gewicht ondersteund wordt door zijn/haar billen i.p.v. iemands voeten en waarbij de rug rechtop is.
Toevoegingen
  • Actief zitten: Actief zitten verwijst naar activiteiten in wakkere toestand in een zittende houding die gekenmerkt worden door een energieverbruik van > 1.5 METs.
  • Passief zitten: Passief zitten verwijst naar activiteiten in wakkere toestand in een zittende houding die gekenmerkt worden door een energieverbruik van ≤ 1.5 METs.
  • De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en alle groepen met of zonder een beperking.
Voorbeelden
  • Actief zitten: Zittend werken aan een lopende band; zittend gitaar spelen; zittend apparaten gebruiken waarbij de voeten/benen gebruikt worden; zittend in een rolstoel met armergometrie.
  • Passief zitten: Zie sedentair gedrag voorbeelden bij zitten.
Term 8. Onderuitgezakt zitten
Algemene definitie Onderuitgezakt zitten is een lichaamspositie tussen zitten en liggen in.
Toevoegingen
  • De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en alle groepen met of zonder een beperking.
  • Onderuitgezakt zittend gedrag kan zowel passief (≤ 1.5 METs) als actief (>1.5 METs) zijn.
Voorbeelden
  • Passief onderuitgezakt zitten (alle leeftijden en groepen met of zonder beperking): Sedentair loungen/hangen op een stoel of bank.
  • Actief onderuitgezakt zitten (alle leeftijden en groepen met en zonder beperking): Liggend fietsen.
Term 9. Liggen
Algemene definitie Liggen verwijst naar een horizontale lichaamspositie ondersteund door een oppervlakte.
Toevoegingen
  • De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en alle groepen met of zonder beperking.
  • Liggend gedrag kan zowel passief (≤ 1.5 METs) als actief (>1.5 METs) zijn.
Voorbeelden
  • Passief liggen (alle leeftijden en groepen met of zonder beperking): Stilliggen op een bank, bed of de vloer
  • Actief liggen (alle leeftijden en groepen met of zonder beperking): “planking”
Term 10. Patroon van sedentair gedrag
Algemene definitie De manier waarop sedentaire tijd wordt verzameld gedurende de dag of week in wakkere toestand.  (bijv. de timing, duur en frequentie van sedentaire periodes en onderbrekingen)
Toevoegingen De algemene definitie geldt voor alle leeftijden en alle groepen met of zonder beperking.
Voorbeelden
  • Prolonger: Iemand die sedentaire tijd verzamelt in lange, ononderbroken periodes.
  • Breaker: Iemand die sedentaire tijd verzamelt met frequente onderbrekingen en in korte periodes.

MET: metabool equivalent corresponderend met de ruststofwisseling van de populatie die bestudeerd wordt. Eén metabool equivalent wordt geschat op 3.5 ml O2/kg/min bij volwassen zonder mobiliteitsbeperking of chronische ziekte. Een metabool equivalent is over het algemeen hoger bij kinderen en bij mensen met een verhoogde spieractiviteit of verhoogd metabolisme en is over het algemeen lager bij mensen met een verlamming, weinig spiermassa of degeneratieve aandoeningen. Bij de interpretatie van MET-waarden dient rekening gehouden te worden met de te onderzoeken populatie en de definities en toevoegingen zoals hierboven beschreven.